Mogelijk verhoogd collegegeld zorgt voor extra leningen

In het Vlaams regeerakkoord is gesproken over het verminderen van de geldstromen richting de onderwijsinstellingen, zoals de universiteiten. Als gevolg hiervan is het zeer waarschijnlijk dat de prijzen van het studeren omhoog zullen gaan, waarschijnlijk met een bedrag tussen de 600 en 1500 euro op jaarbasis. Een flink bedrag voor de gemiddelde student dus, waarbij het niet waarschijnlijk is dat alle ouders van deze studerende kinderen het gat op zullen kunnen vangen. Hoewel er veel schenkingen plaats zullen gaan vinden, is de kans groot dat er ook een aanzienlijk groter aantal leningen af zal worden gesloten om de studie te kunnen bekostigen. Dit past goed binnen het klimaat waarin we vandaag de dag leven, maar wat opgemerkt moet worden, is dat studeren op deze manier zeker weer eens meer elitair zal worden.

Meer leningen

Tegenwoordig is het steeds normaler om geld te lenen, zeker wanneer het gaat om het opvullen van een incidenteel tekort dat niet waarschijnlijk op een korte termijn terug zal komen. Denk aan het lenen voor een huis, een verbouwing of een grote reparatie aan de auto. Studies zijn ook altijd een goede reden geweest om geld te lenen, omdat dit gezien wordt als een investering in de toekomst, waardoor het geleende bedrag sneller terug betaald zal kunnen worden. Toch blijkt dat de beurzen en statelijke leningen niet altijd voldoen en met de hoge prijzen op de woningmarkt lijkt zich stapsgewijs een probleem te ontwikkelen dat op langere termijn een plaaggeest zal kunnen worden. Stijgende prijzen met minder hard stijgende lonen zorgt immers voor een vermindering van de koopkracht. Wanneer dit ten koste gaat van de studie of de andere mogelijkheden tot ontwikkeling, dan zal dit een vermindering blijken die ook op de langere termijn zal blijven bestaan. In eerste instantie zal dit tekort aangevuld kunnen worden met leningen, maar het feitelijke wachten is op een goed antwoord vanuit de overheid of de EU om het probleem meer grondig aan te pakken, zeker nu er gesproken wordt over het bezuinigen op een plaats waar de toekomst van de kinderen ligt.